‘Ze zei dat als we ooit willen gaan trouwen, moet je terug naar je oude vak. En ze had gelijk.’
Nergens kent men zo’n levendige en zorgzame instelling als de vereniging De Joodse Invalide in Amsterdam. Het lijkt wel een theater en een sociale werkplaats tegelijk. Er zijn zelfs optredens. Johnny & Jones verzorgen er revues. Violisten komen aan bed spelen. Ook niet-Joodse artiesten komen er. Het concept is uniek. Patiënten worden actief gehouden door ze te laten meewerken. Zoals met koken, de was en de administratie. De Joodse Invalide is in de jaren dertig een begrip, ontwikkelt zich als rustpunt en verzetshaard in de oorlog, maar verdwijnt als de Duitsers de instelling leeghalen en de bewoners vermoorden.
Coenraad Rood wordt op 12 augustus 1917 in een arme Amsterdamse Jodenbuurt geboren als zoon van Hartog Aaron Rood en Marianna Rood. Behalve Coen zijn er nog drie jongens en twee meisjes in het niet-orthodoxe Joodse gezin; Aaron, Maria, Jonas, Machiel en Elisabeth (Liesje).