22 We zouden trouwen

Опубликовано: 12 Июль 2026
на канале: Collectie Overijssel
190
0

‘Voordat ik mijn trouwpak aandeed, keek ik eerst in het bed van mijn vader, en toen was hij dood.’

In de zomer van 1940, kort na de capitulatie van Nederland, begint de Duitse bezetter de bewegingsvrijheid voor Joden steeds meer in te perken. Op 24 augustus 1940 wordt onder toezicht van Rijkscommissaris Seyss-Inquart een rapport uitgebracht over de voortgang van de anti-Joodse maatregelen. Het rapport meldt: ‘De actie tegen de Joden is in voorbereiding en zal in de naaste toekomst worden uitgebreid, en wel tot de arisering.’
Met ‘arisering’ wordt het plan bedoeld om de Joden al hun bedrijven te ontnemen. Er liggen een flinke stapel verordeningen klaar. Zo zijn de regels voor de naam registratie van alle Joden al opgesteld en liggen ook de plannen klaar om alle Joden uit het culturele leven te verwijderen. Misleiding van het publiek is een essentieel onderdeel van de strategie; de maatregelen worden geleidelijk doorgevoerd waardoor de ontrechting van de Joden sluipenderwijs geschiedt.

In Nederland wordt op 28 augustus 1939 de mobilisatie afgekondigd. De regeringspersdienst meldt: ‘Ten einde ten volle voorbereid te zijn op den plicht, welke op Nederland zou rusten om, in geval dat, tegen alle nog bestaande hoop in, een gewapend conflict in het buitenland mocht uitbreken, onze onzijdigheid naar alle zijden met alle ter beschikking staande middelen te handhaven, heeft de Regeering gemeend niet langer te mogen wachten met het nemen van den uitersten voorzorgsmaatregel en is daarom thans het bevel gegeven tot mobilisatie van leger en vloot.’