‘De nieuwe bevolking in de werkkampen waren de Joden, die werkeloos gemaakt waren door de maatregelingen van de bezetter’
Halverwege 1942 is de isolatie van Joden een feit. Op 26 juni 1942 delen de nazi's aan de Joodse Raad mee dat Joden ingezet worden bij wat misleidend 'werkverruiming in het Oosten' wordt genoemd. Per post krijgen Joden hiervoor een oproep. De reacties op die oproep zijn verschillend: sommigen duiken onder, anderen proberen een voorlopige vrijstelling te regelen via de Joodse Raad en weer anderen besluiten aan de oproep gehoor te geven. Want wie zich niet vrijwillig komt melden, kan door de politie worden opgehaald en wordt alsnog gedeporteerd.
In Nederland wordt op 28 augustus 1939 de mobilisatie afgekondigd. De regeringspersdienst meldt: ‘Ten einde ten volle voorbereid te zijn op den plicht, welke op Nederland zou rusten om, in geval dat, tegen alle nog bestaande hoop in, een gewapend conflict in het buitenland mocht uitbreken, onze onzijdigheid naar alle zijden met alle ter beschikking staande middelen te handhaven, heeft de Regeering gemeend niet langer te mogen wachten met het nemen van den uitersten voorzorgsmaatregel en is daarom thans het bevel gegeven tot mobilisatie van leger en vloot.’